Ja hoor, daar gaan we weer dacht ik, toen ik op de voorpagina van de Volkskrant zag staan: ‘Geen bijstand zonder tegenprestatie’ (21-11-2019). Weer een staatssecretaris van Sociale Zaken, ditmaal Tamara van Ark (VVD), die wil scoren. En dan er heel stoer aan toevoegen dat ze streng zal zijn tegen diegenen die niet willen werken.

Haar voorganger Jetta Klijnsma (PvdA) had er al mee geschermd. De tegenprestatie. Met als bonus het moestuintje dat bijstandsgerechtigden aan de vitamientjes kon helpen. Hoe ver kan je van de werkelijkheid afstaan. Maar even terug op onze Tamara en haar scoringsdrift. Zij wil dus dat de gemeenten dat deel van de participatiewet, de tegenprestatie, nu daadwerkelijk gaan uitvoeren.

Want stel je voor. Dat al die 420.000 bijstandsgerechtigden het er maar van gaan nemen van ‘ons belastinggeld’. Luierend in hun moestuintje, zitten op hun reet aan het koelblonde bier in het café, liggend aan het strand in Scheveningen met een waterijsje, uitslapend tot elf uur of op de bank zappend voor de teevee. Stel je voor dat je ook nog een leven hebt naast je uitkering waar de overheid niets van weet. Nee nee, vooruit, iedereen lekker bezig op gezag van de gemeente en de vrijblijvendheid moet eraf.

Je krijgt een aanbod en oh wee als je niet meewerkt, want dan volgen er strafmaatregelen, zegt mevrouw Van Ark. Ja hoor, vast. Dat hebben we meer gehoord. Als sinds de tachtiger jaren komt het verhaal van de tegenprestatie terug, als een boemerang, net als het veel inhoudelijker basisinkomen. En het blijft altijd steken in ellenlange berekeningen, oeverloze discussies, onwillige ambtenaren en extra begeleiding door bureaus die de gemeentebegroting onder druk zetten. Er moet gekeken worden naar maatwerk en individuele omstandigheden, zegt de knappe kop. Zo, heeft u daarvoor op een door de staat bekostigde universiteit gezeten, om dat te bedenken? Dat doen de diensten Werk en Inkomen, ooit de Sociale Dienst geheten, al jaren. Want voordat iemand in een uitkeringssituatie komt heeft hij of zij al een traject doorlopen met als resultaat vaak chronisch moe en teleurgesteld in alles en iedereen. Daar kiest niemand voor. Daarbij is het een bewezen feit dat heel veel mensen met een dergelijke uitkering al iets ondernemen. Vrijwilligerswerk, op de (klein)kinderen passen, boodschappen doen voor de bejaarde buurvrouw, de leefomgeving schoonhouden, mantelzorg voor een familielid, les geven aan statushouders, een avondstudie volgen, en zo zijn er meer voorbeelden te bedenken. En dan hebben we nog de sociale coöperaties die voor veel mensen een terugkeer in de samenleving betekenen.

Uiteraard komt ‘de belasting’ weer om de hoek kijken. ‘Ik ben ook de Staatssecretaris van de belastingbetaler’, memoreert ze. Maar, het nationaal product hoesten we met zijn allen op. Betaalde baan of geen betaalde baan. Vrijwilligerswerk levert namelijk ook economisch voordeel op. ‘Je leeft van mijn belastingcenten’, is een veelgehoorde kreet van de onwetenden. Iets waar een deel van het politieke landschap zich graag van bedient.

Dan nu de cijfers: De bijstandsuitkering kost minder dan 1 procent van het bruto binnenlands product (BBP) en minder dan 2 procent van alle overheidsuitgaven. Daarnaast zijn bijstandsgerechtigden als groep het minst fraudeleus met een verwaarloosbare 0,2 procent. Wat de schatkist wel miljoenen tot miljarden kost zijn onder meer: btw-carrouselfraude, aanbestedingsfraude, bankenfraude, acquisitiefraude en beleggingsfraude.

Zoals het Sociaal Plan Bureau al meldde, de Participatiewet is een fiasco. Een tegenprestatie eisen help niemand vooruit. Wie sowieso geen tegenprestatie hoeven te geven, ook al graaien ze in de staatsruif, zijn de miljonairs met hun villa-subsidie oftewel hypotheekaftrek of multinationals met miljarden aan fiscaal voordeel. Aanpakken? Nee natuurlijk niet. Lastig en ingewikkeld. Daarom gaat Tamara van Ark een groep vernederen en stigmatiseren die zich toch niet kan verweren. Zou zeggen: ‘slaap zacht mevrouw de staatssecretaris’. En die tegenprestatie? Ach, dat was slechts een nare droom.

Bert Vos.